Maritieme historische reis 2008.

Met het ms. “Astor” van Transocean

Route:

Van Bremerhaven naar Kirkwall (Schotland), Reykjavik en Akureyri (IJsland), Ny Alesund (Spitsbergen) en langs de Noorse kust van Honningsvåg (Noordkaap) via Tromsø, Geirangerfjord en Bergen naar Hamburg.   

Tekst en foto’s Wilto Eekhof.

 

Met het ms “Astor” vertrok op donderdagavond 10 juli 2008 een veertigtal abonnees van de Blauwe Wimpel, leden van de Vereniging Nederlandsch Historisch Scheepvaartmuseum en leden van de Vereniging voor Zeegeschiedenis, voor een reis via Schotland naar IJsland, Spitsbergen en langs de Noorse kust. Daags voor vertrek waren de deelnemers met een bus vanuit Nederland naar Bremerhaven afgereisd, waar de nacht werd doorgebracht in het prachtig aan de Weser gelegen Sail City Hotel om, voorafgaand aan de inscheping, een bezoek te brengen aan het Deutsches Schiffahrtmuseum, de havens en de stad.

 

Krikwall Schotland.

Na een voorspoedige reis over de Noordzee werd zaterdag in de ochtend de haven van Kirkwall op de Orkney Eilanden aangelopen. Helaas was het door hoge zeegang niet mogelijk daar af te meren, wat betekende dat een gepland bezoek aan het Orkney Maritiem museum in Stromness en Scapa Flow, de baai waar in de Tweede Wereldoorlog schepen van de geallieerde vloot voor de Moermansk konvooien schuilden voor de Duitse marine en in 1939 het HMS “Royal Oak” door een U - Boot aanval o.l.v. Luitenant Gunther Prien op spectaculaire wijze werd getorpedeerd, geen doorgang vonden.

 

IJsland.

Na de rest van die zaterdag en de zondag op zee te hebben doorgebracht werd maandagochtend de haven van Reykjavik aangelopen. Hier ontscheepten, de deelnemers zich voor één-  of tweedaagse excursies over dit eiland met haar vele geologische bezienswaardigheden. Bezoeken werden o.a. gebracht  aan de Thingvellir, de breuklijn tussen het Amerikaanse en het Europese continent, de Stokkur Geysir, die maar liefst 20 meter hoog spuit en de Gullfoss waterval. De deelnemers aan de tweedaagse rondreis reden via de Kjölur route naar het noorden, langs gletsjers, de Hveraviller en Vidimyri, om vervolgens de nacht door te brengen in een hotel aan de Eyjafjöröur bij Akureyri. Van hieruit werd de volgende dag een bezoek gebracht aan de Godafoss waterval, het Myvatn merengebied met de lavaformaties bij Dimmuborgir, de Hverfall - krater en het Solfatarengebied Námaskard, om zich in de namiddag weer te voegen bij de rest van het gezelschap dat aan boord was gebleven van de “Astor”.

 

Helaas voor hen die van Reykjavik naar Akureyri waren komen varen en van hieruit nog voor korte excursies hadden geboekt, ging dit wegens problemen met één van de hoofdmotoren niet door en werd Akureyri slechts aangelopen om de deelnemers aan  de  tweedaagse excursie gelegenheid te geven weer aan boord te gaan.

Nadat de tender terug aan boord was gehesen, werd de rede van Akureyri weer verlaten om koers te zetten naar het 1.850 km (972 mijlen) noordelijker gelegen Spitsbergen.

 

Spitsbergen.

Onderweg naar Spitsbergen werd het 650 km noordelijk van IJsland gelegen Jan Mayen gepasseerd, ontdekt door Henry Hudson, maar genoemd naar de Nederlander Jan Jacob May van Schellinkhout. Op dit eiland bevindt zich de meest noordelijk gelegen vulkaan ter wereld, de Beerenberg,  die met een hoogte van 2.277 meter in 1984/85 nog een uitbarsting beleefde waardoor er ruim 4 km2 land op de zee werd gewonnen. Een desolaat eiland overigens waar slechts een handje vol wetenschappers verblijft en waar ooit een walvisnederzetting was gevestigd en in de winter van 1633 -1634 zeven overwinterende Nederlandse walvisvaarders door ontbering en kou het leven lieten. Zoals gewoonlijk hulde het eiland zich ook nu in regen en nevel en viel vanaf ons schip nagenoeg niets te onderscheiden van dit onherbergzame eiland.

 

Ruim twee dagen na vertrek uit IJsland kwam de noordwestkust van Spitsbergen in zicht. Voor velen een eerste kennismaking, enkelen een hernieuwd weerzien, maar voor iedereen een hoogtepunt waar naar was uitgezien! Bij het zien van de besneeuwde en - inderdaad - spitse bergen gingen mijn gedachten onwillekeurig terug naar hen die hier enkele eeuwen eerder voeren en toen - heel wat minder comfortabel -  kennis maakten met deze  barre en ook zo fascinerende wereld.

 

Omdat het weer die ochtend snel verbeterde toonde de archipel zich in al haar schoonheid en maakten velen gebruik van de mogelijkheid om bij Ny Alesund aan land te gaan. IJsberen lieten zich, ondanks de borden “Be aware of the polar bear, danger” niet zien, alhoewel een ander - veel kleiner - dier, een mannetjes Stern z’n broedend vrouwtje en twee uit het ei gekropen donzige kuikentjes als een “leeuw” beschermde en de aanval niet schuwde op hen die zich iets te dicht bij het nest waagden!

Ny Alesund stelt weinig voor en omvat naast een pier voor het afmeren van schepen, een verlaten steenkolenmijn, enkele loodsen, een paar woonhuizen, een  wooncomplex en een klein hotel met bezoekerscentrum. Ook is er nog een winkel en een postkantoor waar goede zaken worden gedaan als een cruisschip ligt afgemeerd. Verder staan er in de nederzetting enkele herinneringstekens, zoals een buste van de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen, die van hieruit met het luchtschip “Norge” in 1926 over de Noordpool is gevlogen en een smalspoorlocomotief met wagonnetjes die werd ingezet toen de kolenmijn nog in bedrijf was.

 

Onder een helder blauwe hemel werd daarna naar de iets noordelijker gelegen Magdalenafjord gevaren, een prachtige tocht door fjorden waarvan het water zich spiegelde in het zonlicht en dat zo nu en dan werd beroerd door de vin van een walvisachtige, met aan de horizon slechts met sneeuw bedekte bergen en gletsjers.

In de Magdalenafjord, waar Willem Barentsz ooit voor anker lag, gingen we met tenders van boord om voet aan wal te zetten op een plek waar vroeger een walvisnederzetting was gevestigd en waar, verscholen voor bezoekers, achter een  hekwerkje de restanten lagen van een traankokerij en de  stoffelijke overschotten van hen die hier, ver van huis, hun laatste rustplaats vonden. Geen Nederlandse nederzetting, daarvoor had ons schip iets noordelijker moeten varen naar de Smeerenburgfjord, waar zich nog de restanten bevinden van wat ooit  Smeereneburg was en waar het Arctisch Centrum van de Rijks Universiteit van Groningen onder leiding van Louwrens Hacquebord onderzoek verrichte  naar het harde leven en werken van onze walvisvaarders.

 

Na het lichten van de ankers werd koers gezet naar de ruim 180 mijlen zuidelijker gelegen Tempelfjord, waarin een indrukwekkende  gletsjer uitmondt en de nog zuidelijker gelegen Hornsundfjord, met al weer een enorme gletsjer Daarna werd de koers verlegd naar het zuidoosten, waar een dag later de beroemde Noordkaap in zicht kwam.

 

Noorwegen.    

Rond 22.00 uur liep ons cruisschip de haven van Honningsvåg aan en werd van hieruit de Noordkaap bezocht. De zon stond deze avond en nacht aan een nagenoeg wolkenloze hemel, terwijl 307 meter onder ons de Barentsz Zee zich rimpelloos uitstrekte tot aan de einder. Een schitterende midzomernacht op het meest noordelijke punt van het vasteland van Europa, een plek waar de zon overigens lang niet altijd schijnt! De trossen werden om 01.30 uur weer binnen gehaald, waarna met de zon aan dek tussen de eilanden door naar Tromsø werd gevaren.

 

In deze binnen de poolcirkel gelegen Noorse stad werd door veel reisgenoten een bezoek gebracht aan de bijzondere Tirpitz - collectie, een herinnering aan het Duitse slagschip en zusje van de “Bismarck”, dat hier in de omgeving was gestationeerd en dat een aantal malen werd belaagd en in 1944 succesvol getorpedeerd door Britse vliegtuigen waarbij niet minder dan 1.000 zeelieden het leven lieten.

Na een korte rondrit door de stad en een bezoek aan de “IJszeekathedraal”, een modern uit beton en glas opgetrokken driehoekig bouwwerk, scheepten we ons weer in voor de  volgende bestemming, de Geirangerfjord, ruim anderhalve dag varen van hier.

 

De tocht door de Geirangerfjord, die zich vanaf de monding bij de Atlantische Oceaan  120 kilometer landinwaarts uitstrekt,  betekende een volgend hoogtepunt van deze reis. Rond het middaguur werden aan het einde van deze fjord de ankers uitgeworpen bij het dorp Geiranger, een favoriete bestemming voor cruiseschepen en aanloophaven van de postboten van de Hurtigruten. Velen gingen hier aan land voor een wandeling, een bezoek aan de watervallen, de besneeuwde bergtoppen in de omgeving of kregen ons cruiseschip van bovenaf te zien dat daar, met nog twee andere schepen, in de fjord voor anker lag.

Die zelfde avond nog wendde de “Astor” de steven om terug te varen naar de monding van de fjord al waar rond middernacht een zuidelijke koers werd aangehouden richting Bergen.

 

In deze tweede stad van Noorwegen werd afgemeerd vlakbij de oude haven.

Hier leed in 1665 de Britse oorlogsvloot een nederlaag tegen de Hollanders, die daar met hun met handelswaar rijk beladen schepen uit Indië en de Oostzee voor anker lagen in afwachting van gunstig weer en de komst van luitenant - admiraal Michiel de Ruyter . Hij zou te laat arriveren omdat de strijd inmiddels was beslecht ten gunste van de Hollanders en hem restte dan ook niets anders dan de gehavende vloot een behouden thuisvaart te bieden.

Velen maakten die ochtend een rondrit door de stad met als eindbestemming het Sjofahrtsmuseum  en gingen ’s middags  op eigen gelegenheid Bergen verkennen met haar fraaie houten huizen, vismarkt en schilderachtige haven.

Vanaf het achterdek lieten we die avond het zonovergoten Bergen, met haar vele regendagen (!), achter ons en was enkele uren later de Noorse kust verdwenen in het  duister van de nacht.

 

Nog twee nachten en een dag varen restten ons alvorens de “Astor” de Elbe bereikte waar Hamburg al vroeg in de ochtend werd begroet  met drie lange sonore tonen op de  luchthoorn en daarmee was een einde gekomen aan een zeereis van 8.961 mijlen.

 

Terug naar ervaringen overzicht